False Love
Now we hear the Spring's sweet voice Singing gladly thro' the world; Binding all the earth rejoice
All is merry in the field, Flowers grow amid the grass, Blossoms blue, red, white they yield.
As I seek my maiden true Sings the little lark on high Fain to send her praises due.
As I climb and reach her door, Ah! I see a riyal there, So farewell for evermore!
Ever true was I to thee, Never grieved or vexed thee, love, False, oh! false, art thou to me.
Now amid the forest green, Far from cruel eyes that mock Will I dwell unloved, unseen.
Trouweloze Iiefde
Nu horen we de zoete stem van de lente. Die blij over de wereld zingt; En heel wereld vraagt zich te verheugen.
Op het veld is alles vrolijk. Bloemen groeien tussen het gras. Blauwe, rode, witte bloesems komen op.
Als ik mijn trouwe meisje zoek, Zingt de kleine leeuwerik daarboven. Prijs haar terecht.
Als ik klim en bij haar deur kom, Ach! Ik zie daar een rivaal, Dus wat mij betreft: vaarwel, voorgoed.
Ik ben je altijd trouw gebleven. Schat, ik heb je nooit gekweld. Trouweloos, oh trouweloos ben je voor mij.
Nu te midden van het groene bos, Ver van de wrede ogen die mij bespotten Zal ik onbemind en ongezien dwalen.
O hush thee, my baby (tekst: Walter Scott; muziek: Sullivan)
O hush thee, my baby, thy sire was a knight, Thy mother a lady both tender and bright, both tender and bright; The woods and the glens from the tow'rs which we see, They are all belonging, dear babie to thee, They are all belonging, dear babie to thee. O hush thee my babie.
O fear not the bugle, though loudly it blows; It calls but the warders that guard thy repose, that guard thy repose. Their bows would be bended, their blades would be red, Ere the step of a foeman draws near to thy bed, ere the step of a foeman draws near to thy bed. O hush thee my babie.
O hush thee my babie, the time soon will come, When thy sleep shall be broken by trumpet and drum, by trumpet and drum. Then hush thee my darling, take rest while you may, For strife comes with manhood, and waking with day, For strife comes with manhood, and waking with day. O hush thee, O hush thee, O hush thee, O hush thee my babie!
O, stil toch, mijn kindje.
O, stil toch, mijn kindje. Je vader was een ridder. Je moeder was van adel. Ze was pienter en lief. De bossen en de dalen die we vanaf de torens kunnen zien, het is allemaal van jou, mijn kindje. O, stil toch, mijn kindje.
Wees niet bang voor de bugel, ook al blaast hij nog zo hard. Dat is alleen maar om de wachters te roepen, die jouw rust bewaken. Hun bogen zijn gespannen, hun zwaarden zijn rood, voordat een vijand dicht bij je bed heeft kunnen komen. O, stil toch, mijn kindje.
O, stil toch, mijn kindje. De tijd is niet ver weg dat je uit je slaap gehaald zult worden door trompet en trom. Daarom, lieverd, rust uit zo lang het nog kan. Want het wordt strijden als je man wordt en wakker worden met de dag. O, stil toch, mijn kindje.